Algemene Verhuurvoorwaarden


Art. 1 Algemeen

Alle verhuuractiviteiten, diensten en aanbiedingen zijn onderhevig aan deze algemene verhuurvoorwaarden (hierna 'AV') van de Verhuurder. Ze zijn van toepassing op alle contracten die Krone Fleet Nederland B.V. (hierna "Verhuurder") met haar contractpartner (hierna 'Huurder') afsluit. De AV gelden ook voor alle toekomstige verhuuractiviteiten, diensten en aanbiedingen aan de Huurder, zelfs als ze niet nogmaals afzonderlijk worden overeengekomen. Afwijkende voorwaarden van de Huurder worden door de Verhuurder van de hand gewezen, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anderszins overeengekomen. Door acceptatie van de verhuuractiviteiten van Verhuurder, is Huurder akkoord met deze AV. Aanvullende afspraken dienen schriftelijk te worden vastgelegd om rechtsgeldig te zijn.

Art. 2 Huurobject

(1) Door het afsluiten van het huurcontract verkrijgt de Huurder het recht om het overeengekomen huurvoertuig te gebruiken voor de overeengekomen duur en in overeenstemming met de bepalingen in het contract en deze AV. De Verhuurder heeft het recht om in plaats van het in het contract beschreven huurvoertuig, een ander (gelijkwaardige) huurvoertuig beschikbaar te stellen. Dit geldt zowel bij aanvang van het contract als gedurende de uitvoering van de overeenkomst.

(2) Verhuurder zal Huurder een functionerend tweedehands huurvoertuig ter beschikking stellen, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

(3) Verhuurder is gerechtigd om gedurende de loop van het huurcontract het ter beschikking gestelde huurvoertuig te vervangen door een ander vergelijkend huurvoertuig.

Art. 3 Huurprijs en overige diensten

(1) De hoogte van de huurprijs wordt bepaald door de overeengekomen basishuur vermeerderd met aanvullende diensten die Huurder bij Verhuurder afneemt. Alle bedragen dienen te worden vermeerderd met btw. De huurprijs wordt in het huurcontract voor de periode tot aan de contractueel vastgelegde datum van teruggave van het huurvoertuig overeengekomen. De huurprijs kan door Verhuurder eenzijdig worden gewijzigd. Dit gebeurt middels mededeling van Verhuurder aan Huurder.

(2) Indien in het huurcontract aanvullende diensten van de Verhuurder worden overeengekomen (bijvoorbeeld aanvullende aansprakelijkheidsverzekeringen of telematicadiensten), dan zijn de hiervoor gemaakte of geldende (periodieke) kosten door Huurder aan Verhuurder verschuldigd. Deze kosten zullen zoveel mogelijk bij de factuur van de maandelijkse huur in rekening worden gebracht.

(3) Huurder is zelf verplicht het huurvoertuig deugdelijk te verzekeren, tenzij schriftelijk anders overeengekomen tussen Huurder en Verhuurder.

Art. 4 Betaling van de huurprijs

(1) De verplichting tot het betalen van de huurprijs start op de dag waarop het huurcontract ingaat, ook als Huurder het huurvoertuig later ophaalt dan deze dag. De verplichting tot het betalen van de huurprijs eindigt pas op de dag van teruggave van het huurvoertuig inclusief de papieren en toebehoren die door de Verhuurder zijn verstrekt bij afgifte van het voertuig. Als teruggave zoals geformuleerd in de vorige zin later geschied dan de afgesproken einddatum van het huurcontract, dan loopt de betaling van de huurprijs ook door tot deze latere datum.

(2) De huurprijs moet vóór de derde dag van iedere maand vooruit worden betaald, tenzij schriftelijk anders overeengekomen. In het geval van te late betaling is Huurder aan Verhuurder de vertragingsrente verschuldigd vanaf de vervaldag tot het moment van betaling ter hoogte van de wettelijke handelsrente. Tevens is huurder in dat geval verplicht de buitengerechtelijke incassokosten van verhuurder te vergoeden ter hoogte van 15% over het niet betaalde bedrag met een minimum van EUR 40.

(3) Indien er na het afsluiten van het huurcontract tussen de Huurder en de Verhuurder aanvullende of verhoogde belastingen, rechten, heffingen of (schade)vergoedingen moeten worden betaald, heeft de Verhuurder het recht om deze door te berekenen aan de Huurder. In het geval van te late betaling van dergelijke kosten – te weten 14 dagen na factuurdatum - is Huurder aan Verhuurder de vertragingsrente verschuldigd vanaf de vervaldag tot het moment van betaling ter hoogte van de wettelijke handelsrente. Tevens is huurder in dat geval verplicht de buitengerechtelijke incassokosten van verhuurder te vergoeden van 15% over het niet betaalde bedrag met een minimum van EUR 40.

(4) Op eerste verzoek van Verhuurder is Huurder verplicht een incasso-machtiging af te geven voor de lopende huurbetalingsverplichting. De kosten van een dergelijke incasso-machtiging zijn voor Huurder.

(5) Huurder heeft nooit het recht tot verrekening van enig bedrag met de huurprijs, dan wel opschorting van zijn betalingsverplichting van de huurprijs aan Verhuurder. Huurder heeft geen retentierecht ter zake het huurvoertuig en tevens heeft Huurder geen recht op enige gebruikersvergoeding bij het missen van huurgenot ter zake het huurvoertuig.

Art. 5 Waarborgsom

(1) De Huurder verplicht zich om bij het aangaan van het huurcontract, voor alle bestaande en toekomstige vorderingen van Verhuurder uit hoofde van het huurcontract, aan Verhuurder zekerheid te stellen ter hoogte van twee keer het huurtarief (basishuurprijs en kosten voor aanvullende diensten) vermeerderd met de btw. Deze zekerheid geldt per huurvoertuig.

(2) Naar de keuze van Verhuurder kan de in lid 1 bedoelde zekerheidsstelling door middel van de betaling van een waarborgsom dan wel door zekerheidsstelling in de vorm van een onherroepelijke, onvoorwaardelijke absolute bankgarantie, conform het door Verhuurder voorgeschreven model. Een deugdelijke bankgarantie kan alleen worden verleend door een in Nederland geautoriseerde kredietverstrekker. Verhuurder is niet verplicht tot rentevergoeding jegens huurder over de zekerheidsstelling.

(3) De Verhuurder heeft het recht om de afgifte van het huurvoertuig te weigeren als de Huurder niet voldaan heeft aan zijn verplichting tot zekerheidstelling.

(4) De Verhuurder mag de zekerheidsstelling tijdens en na de huurperiode gebruiken voor het voldoen van alle vorderingen jegens de Huurder, ongeacht of die voortvloeien uit het huurcontract. De Huurder is bij gebruik van de zekerheidsstelling verplicht om deze binnen vijf werkdagen direct weer aan te vullen tot het overeengekomen bedrag. Dit geschiedt naar keuze van Verhuurder door wederom een betaling dan wel het stellen van de bankgarantie zoals hiervoor omschreven.

(5) De Verhuurder zal binnen negen maanden na de contractuele teruggave van het huurvoertuig overgaan tot afrekening met Huurder, waarbij na verrekening van eventuele claims / openstaande bedragen een eventueel resterend bedrag van de zekerheidstelling zal worden teruggegeven.

Art. 6 Looptijd / automatische verlenging overeenkomst

(1) De huurperiode is gebaseerd op de in het huurcontract overeengekomen looptijd. Indien de contractpartijen een beschikbaarheidsdatum zijn overeengekomen, is het begin van de looptijd de dag van beschikbaarstelling. In andere gevallen gaat de looptijd in op het moment dat het huurvoertuig wordt overgedragen aan de Huurder. Het huurcontract eindigt na afloop van de overeengekomen huurperiode.

(2) Voor huurcontracten met een looptijd van ten minste zes maanden geldt de volgende regeling. Indien de Huurder het gebruik van het voertuig na de overeengekomen looptijd voortzet, geldt dit als een verlenging van de huurovereenkomst tegen de reeds overeengekomen voorwaarden en voor de afgesproken contractduur van het eerste contract. Beëindiging van het huurcontract geschiedt in dit geval middels schriftelijke opzegging met een opzegtermijn van twee maanden tegen de einddatum van het (verlengde) huurcontract.

(3) In alle andere gevallen geldt dat indien de Huurder het huurvoertuig na beëindiging van de huurovereenkomst niet teruggeeft, daardoor geen nieuw huurcontract aangegaan wordt. Huurder is verplicht tot betaling van een compensatie ter hoogte van de overeengekomen huurprijs tot het tijdstip dat Huurder het huurvoertuig daadwerkelijk teruggeeft, onverminderd de overige rechten van Verhuurder op (schade)vergoeding.

Art. 7 Afgifte van het huurvoertuig

(1) De Huurder is verplicht om het huurvoertuig, direct nadat het beschikbaar wordt gesteld bij het depot, bij Verhuurder af te halen. Daarnaast is de Huurder verplicht om bij de afgifte van het huurvoertuig grondig en volledig te controleren of het huurvoertuig vrij van gebreken in de breedste zin is en of alle toebehoren voorhanden zijn. De partijen stellen een overdrachtsprotocol op, dat door beide contractpartijen moet worden ondertekend. Met ondertekening van het overdrachtsprotocol erkent de Huurder de gedocumenteerde toestand van het huurvoertuig ten tijde van de afgifte.

(2) De afgifte van het huurvoertuig kan alleen geschieden na identificatie van de Huurder. Hiervoor dient een geldige identiteitskaart/geldig paspoort en een geldig rijbewijs te worden overlegd. De Huurder heeft het recht om, na het overleggen van een geldige volmacht, het huurvoertuig door een gevolmachtigde persoon te laten afhalen. In dit geval is het voorgenoemde overeenkomstig van toepassing. Verhuurder is gerechtigd afgifte van het huurvoertuig te weigeren als Huurder niet voldoet aan de verplichtingen van dit artikel. Verhuurder is alsdan gerechtigd na een redelijke termijn het huurcontract te ontbinden.

(3) De Huurder moet het huurvoertuig inclusief alle behorende voertuigdocumenten en toebehoren, zoals vastgelegd in het overdrachtsprotocol, uiterlijk aan het einde van de overeengekomen looptijd teruggeven aan de Verhuurder op het depot of een afgesproken plaats. De Huurder is verplicht om het huurvoertuig tijdens de openingstijden van de Verhuurder terug te geven. De dag van afgifte en de dag van teruggave zijn volledige huurdagen. Bij teruggave wordt het huurvoertuig in het bijzijn van de Huurder door de Verhuurder gecontroleerd. Het resultaat van deze controle moet door de contractpartijen of door deze partijen gevolmachtigde personen schriftelijk worden vastgelegd in een overdrachtsprotocol en ondertekend. Ook bij afgifte van het huurvoertuig dient Huurder of de door hem ingeschakelde gevolmachtigde persoon zich middels een geldig identiteitsbewijs/geldig paspoort en/of geldige volmacht te identificeren.

(4) De Huurder moet het huurvoertuig in gereinigde toestand teruggeven. Het huurvoertuig moet worden ingeleverd in een staat die overeenkomt met de toestand waarin het voertuig verkeerde bij afgifte, waarbij rekening gehouden wordt met de slijtage die door het in het contract omschreven gebruik is ontstaan. Indien het huurvoertuig niet in een deugdelijke staat wordt ingeleverd, kan de Verhuurder alle nodig stappen ondernemen om het voertuig weer in een deugdelijke staat te brengen, en de Huurder hiervoor kosten in rekening brengen. Verdere (schade)claims van de Verhuurder blijven voorbehouden.

(5) Indien Huurder het huurvoertuig niet afhaalt bij Verhuurder, dan wel bij afgifte van het huurvoertuig voor afloop van de overeengekomen huurtermijn, dan heeft Verhuurder het recht de overeengekomen huur van Huurder te vorderen voor de periode van de overeengekomen looptijd van de huur.

Art. 8 Gebruik van het huurvoertuig

(1) De Huurder is verplicht om het huurvoertuig enkel conform het overeengekomen doel en onder inachtneming van de benodigde zorgvuldigheid te gebruiken. In het bijzonder is de Huurder verplicht het voertuig te beschermen tegen overbelasting, het goed te onderhouden en op de juiste manier te gebruiken, het te controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid (bandenspanning, remmen, deurslot etc.) en het alleen te laten gebruiken door vakkundige personen die in het bezit zijn van een geldig rijbewijs voor het betreffende huurvoertuig en moet de huurder de voorgeschreven maximale belasting van de assen, de laadbelasting en het draagvermogen van de bodem in acht nemen. De Huurder garandeert alleen geschikte en toegelaten trekkers te gebruiken.

(2) De Huurder verplicht zich geen materiaal te laden dat negatieve invloed kan hebben op het huurvoertuig of dat het voertuig ongeschikt kan maken voor het vervoer van andere goederen, tenzij schriftelijk anderszins overeengekomen met Verhuurder.

(3) Wijzigingen, inclusief opschriften, aan een huurvoertuig mogen alleen na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Verhuurder worden uitgevoerd.

(4) Huurder is verplicht de door Verhuurder aan haar gemelde onderhoudsverplichtingen aan het huurvoertuig na te komen en op eigen kosten door te laten voeren. Service, herstel, onderhoud en reparatie van het huurvoertuig zijn verder na afgifte de verantwoordelijkheid van de Huurder en moeten op eigen kosten van Huurder worden uitgevoerd. Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden mogen uitsluitend nieuwe, originele onderdelen van de fabrikant, door de fabrikant goedgekeurde vervangende onderdelen van externe leveranciers en door de fabrikant aanbevolen smeermiddelen worden gebruikt. Dit artikellid wordt aangegaan onder terzijdestelling van het bepaalde in artikel 7:206 lid 1 en lid 2 BW voor zover dit door artikel 7:209 BW wordt toegelaten, alsmede voor zover nodig met terzijdestelling van het bepaalde in artikel 7:217 BW.

(5) Het gebruik van het voertuig is beperkt tot het geografische Europa (inclusief het Europese deel van Rusland).

Art. 9 Recht op toegang, inspectie van het gehuurde

De Verhuurder heeft het recht om het huurvoertuig te allen tijde zelf te inspecteren of te laten inspecteren door een vertegenwoordiger op een door de Verhuurder aan te wijzen locatie. De Huurder is verplicht om de Verhuurder op verzoek te informeren over de locatie van het voertuig of de locatie waar het voertuig wordt ingezet, en de Verhuurder met alle mogelijke middelen te ondersteunen, in het bijzonder bij het verlenen van toegang tot het voertuig.

Art. 10 Telematicdiensten (GPS)

Indien met Huurder overeengekomen is dat het huurvoertuig met telematicadiensten (GPS) wordt uitgerust, dan wordt de daarvoor benodigde uitrusting door Verhuurder in het huurvoertuig ingebouwd. Huurder is verplicht de uitrusting en de door Verhuurder ter beschikking gestelde SIM-kaart enkel te gebruiken voor het doel waarvoor deze bedoeld is. Ieder ander gebruik is uitdrukkelijk verboden, op straffe van volledige schadevergoeding. De Huurder is verplicht om zorgvuldig om te gaan met de telematicabox en geen technische wijzigingen, reparaties of andere handelingen uit te voeren die van invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de telematicabox. Ongeoorloofde toegang en gebruik door derden moeten door de Huurder worden voorkomen. Indien de telematicabox en/of simkaart door een ongeval, diefstal of een ander voorval beschadigd raakt of als de werking ervan hierdoor wordt beïnvloed, moet de Huurder de Verhuurder hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen. Ingrepen in de telematicabox zijn verboden.

Art. 11 Risico en verzekering

(1) Indien het gehuurde een voertuig is, waarvoor op grond van de wet een aansprakelijkheidsverzekering vereist is, dan is de Huurder verplicht voor het huurobject een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Dit gebeurt door een daarop ziende schriftelijke overeenkomst tussen Verhuurder en Huurder tegen betaling van additionele huur.

(2) De Huurder is verplicht om voor het huurvoertuig voor de looptijd van het contract op eigen kosten een aanvullende allriskverzekering af te sluiten en deze gedurende de hele looptijd te handhaven. Dit kan hetzij via Verhuurder geregeld worden door een daarop ziende schriftelijke overeenkomst tussen Verhuurder en Huurder tegen betaling van additionele huur, dan wel door het tonen van het bewijs van een door Huurder anderszins afgesloten aanvullende allriskverzekering van het huurobject.

(3) Door een daarop ziende schriftelijke overeenkomst tussen Verhuurder en Huurder kan Huurder tegen betaling van additionele huur tevens beschermd worden voor schade aan de banden (Banden Protection Plan). Verhuurder is gerechtigd het Banden Protection Plan gedurende de looptijd van het huurcontract tussentijds schriftelijk op te zeggen met een opzegtermijn van een maand tegen het einde van een maand, ingeval de kosten van Verhuurder uit hoofde van het Banden Protection Plan gedurende zes elkaar opeenvolgende maanden hoger zijn dan 80% van het gedurende deze periode verschuldigde extra bedrag aan huur ter zake dit Banden Protection Plan.

(4) Indien met Huurder een eigen risico per schade is overeengekomen, dan is de Huurder aansprakelijk voor dit eigen risico per schade voorval.

(5) In het geval van schade, diefstal of anderszins afhandig worden van het huurvoertuig, dan is de Huurder verplicht om direct de politie te informeren en op de betreffende plek van het voorval te blijven tot de politie ter plekke is. Huurder is verplicht namen, adressen en kentekens van alle betrokken personen en voertuigen en ook namen en adressen van alle getuigen vast te leggen en een volledig schadebericht inclusief tekening te maken en Verhuurder direct schriftelijk op de hoogte te stellen met al deze stukken van de schade, diefstal of anderszins afhandig worden van het huurvoertuig. Huurder is niet gerechtigd schuld te bekennen dan wel anderszins erkennende verklaringen rondom de schuldvraag af te geven.

(6) In geval van schade is Huurder verplicht, het kenteken, de naam en het adres van de houder en de bestuurder als ook het tijdstip en de duur van de inzet van de trekker schriftelijk vast te leggen en op eerste verzoek van Verhuurder onmiddellijk af te geven om eventuele regresvorderingen mogelijk te maken.

Art. 12 Belastingen, andere heffingen, toeslagen etc.

(1) Betreft het gehuurde een huurvoertuig die achter een trekker gevoerd wordt, dan mag het huurvoertuig enkel met een trekker van Huurder getrokken worden, waarbij Huurder ervoor zorg draagt dat aan alle wettelijke verplichtingen, inclusief fiscale verplichtingen, van zowel trekker als huurvoertuig voldaan is.

(2) De Huurder zal voldoen aan alle nationale en internationale wettelijke verplichtingen met betrekking tot het gebruik van het voertuig (zoals wettelijke inspecties, het gebruik van een tachograaf/telematicabox, laadgewicht, verzekeringen, voertuig / wegenbelasting, vergunningen en licenties), in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving. Administratieve en andere kosten in verband met deze verplichtingen zijn voor rekening van de Huurder.

(3) Administratieve en criminele heffingen, boetes en / of daarmee verband houdende kosten zijn voor rekening van de Huurder. Huurder vrijwaart Verhuurder ter zake van deze bedragen. Huurder is ter zake deze bedragen een bedrag van EUR 40 per keer aan administratiekosten aan Verhuurder verschuldigd.

Art.13 Onderverhuur

(1) Onderverhuur, bruikleen of andere wijzen van ingebruikgeving aan een derde van het huurvoertuig mag slechts met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder plaatsvinden. De toestemming voor onderhuurd dan wel het in bruikleen geven kan altijd worden herroepen door de Verhuurder. Bij een verzoek tot onderhuur, bruikleen of andere wijze van ingebruikgeving aan een derde dient de Huurder Verhuurder op de hoogte stellen van de naam, de contactgegevens van de derde en het beoogde doel van de onderverhuur / bruikleen.

(2) In het geval van onderverhuur, draagt de Huurder bij deze zijn vorderingen jegens de Onderhuurder en verdere vorderingen uit het onderverhuurcontract over aan de Verhuurder, inclusief het recht op zekerheid, voor de Verhuurder als waarborg voor huurvorderingen en andere vorderingen. De Verhuurder gaat hierbij akkoord met deze overdracht. De Huurder behoudt het recht om, tot het moment van herroeping door de Verhuurder, de achterstallige vorderingen uit het onderverhuurcontract te innen.

(3) De Huurder is aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit het gebruik van het verhuurde door een derde. De Huurder kan en mag geen rechten of verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst overdragen of bezwaren n aan een derde zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder. Het bepaalde in dit lid heeft niet alleen effect tussen partijen, maar heeft ook derdenwerking, in de zin van artikel 3:83 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 14 Aansprakelijkheid

(1) De Verhuurder, haar medewerkers, haar vertegenwoordigers en haar organen zijn nooit aansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit een overeenkomst of enige onrechtmatige daad, behalve voor zover de schade is veroorzaakt door opzet of grove nalatigheid van de Verhuurder. Niettegenstaande de vorige zin is enige aansprakelijkheid beperkt tot directe schadevergoeding en niet hoger dan het bedrag van de feitelijk betaalde schadevergoeding door de verzekeringsmaatschappij van de Verhuurder in dat specifieke geval of, bij gebrek aan een verzekering of dergelijke vergoeding, de aansprakelijkheid van Verhuurder is beperkt tot een bedrag van EUR 15.000,-.

(2) De Verhuurder is nooit aansprakelijk voor indirecte schade, gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen, verlies van goodwill, schade door bedrijfsstagnatie, schade door claims van klanten van huurder, beschadiging of verlies van gegevens, schade met betrekking tot de overeengekomen gebruik van eigendom, materialen of software van de Huurder.

(3) Aanspraken jegens Verhuurder door Huurder uit welke hoofde dan ook vervallen laatstelijk negen maanden na teruggave van het huurvoertuig.

Art. 15 Opzegging

(1) Een huurcontract van onbepaalde tijd kan door elke partij met inachtneming van een opzegtermijn van een maand tegen het einde van een maand opgezegd worden.

(2) Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de partijen het recht op opzegging en/of ontbinding met onmiddellijke ingang van het huurcontract bij een zwaarwegende reden. De navolgende gevallen leveren een zwaarwegende reden op voor Verhuurder, waarmee Verhuurder de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling per direct kan beëindigen en/of ontbinden:

a. Indien de Huurder het huurvoertuig onjuist of in strijd met het huurcontract gebruikt of laat gebruiken.

b. Indien de Huurder meer dan 14 dagen te laat is met betaling van de huurprijs.

c. Indien de Huurder andere belangrijke contractuele verplichtingen uit dit contract, in het bijzonder de verzekeringsplicht in overeenstemming deze AV, ondanks aanmaning niet binnen een redelijke termijn nakomt.

d. Indien de Huurder overlijdt, failliet wordt verklaard dan wel faillissement wordt aangevraagd of een (buiten) gerechtelijke schuldsaneringsregeling is aangegaan.

e. Indien de Huurder de overeengekomen waarborgsom (betaling of bankgarantie) niet tijdig nakomt.

f. Indien Huurder ondanks overeenkomst niet binnen 14 dagen na aanmaning daartoe een incasso-machtiging ten gunste van Verhuurder ter zake van de overeengekomen huur regelt.

g. Indien de Huurder ophoudt met zijn onderneming, dan wel deze liquideert of een voornemen daartoe heeft.

h. Indien de financiële situatie van de Huurder dusdanig verslechterd dat de rating van Creditreform of een gelijkend kredietratingbureau op een rating van 4 of lager komt.

(3) Opzegging geschiedt schriftelijk.

Art. 16 Toepasselijk recht en rechtbank

(1) Tenzij dwingendrechtelijk anders voorgeschreven is de bevoegde rechtbank van de woonplaats van Verhuurder bij uitsluiting bevoegd van geschillen tussen Huurder en Verhuurder kennis te nemen.

(2) De (buiten)contractuele verhoudingen tussen de Verhuurder en de Huurder zijn uitsluitend onderhevig aan het Nederlandse recht.

© 2015 KRONE FLEET Nederland BV · Bunschotenweg 10 · NL-3089 KC Rotterdam · Telefoon +31 (0) 10 4290588 · Fax +10 (0) 10 4950852 ·  Algemene Verhuurvoorwaarden ·  Impressie ·  Privacyverklaring