Algemene Voorwaarden

Art. 1 Algemeen
(1) Alle verhuuractiviteiten, diensten en aanbiedingen zijn onderhevig aan deze algemene verhuurvoorwaarden (hierna 'AV') van de Verhuurder. Ze zijn van toepassing op alle contracten die de Verhuurder met de contractpartner (hierna ook 'Huurder' genoemd) voor de door de Verhuurder aangeboden verhuuractiviteiten of diensten afsluit. Ze gelden ook voor alle toekomstige verhuuractiviteiten, diensten en aanbiedingen aan de Huurder, zelfs als ze niet nogmaals afzonderlijk worden overeengekomen. Afwijkende voorwaarden van de Huurder worden door de Verhuurder van de hand gewezen, zolang deze niet in individuele gevallen uitdrukkelijk schriftelijk overeengekomen zijn. Aanvullende overeenkomsten, verklaringen en andere overeenkomsten dienen schriftelijk te worden vastgelegd om rechtsgeldig te zijn.

(2) Door het afsluiten van het schriftelijke huurcontract verkrijgt de Huurder het recht om een huurvoertuig te gebruiken voor de overeengekomen duur en in overeenstemming met de bepalingen in het contract. De Verhuurder heeft het recht om in plaats van het in het contract beschreven huurvoertuig, een ander huurvoertuig beschikbaar te stellen, mits er hierdoor geen negatieve afwijkingen ten aanzien van type, deugdelijkheid en uitrusting ontstaan en het geen gevolgen heeft voor de bruikbaarheid voor het doel dat in het contract is beschreven. Indien de contractpartijen niet zijn overeengekomen dat er een nieuw huurvoertuig ter beschikking moet worden gesteld, heeft de Verhuurder het recht om een functionerend, tweedehands huurvoertuig ter beschikking te stellen.

Art. 2 Huurprijs en kosten
(1) De hoogte van de huurprijs wordt bepaald door de prijslijst voor de basishuur en aanvullende diensten van de Verhuurder die geldig is op het moment dat het contract wordt afgesloten, en wordt in het huurcontract voor de periode tot aan de contractueel vastgelegde datum van teruggave van het voertuig overeengekomen. Door het betalen van de basishuur verkrijgt de Huurder het recht op het gebruik van het huurvoertuig gedurende de huurperiode. Indien in het huurcontract aanvullende diensten van de Verhuurder worden overeengekomen (bijvoorbeeld aanvullende aansprakelijkheidsverzekeringen of telematicadiensten), worden de hiervoor gemaakte kosten bij de huurprijs opgeteld. De basishuur en de kosten voor aanvullende diensten vormen samen de huurprijs. In het huurcontract worden de basishuur en kosten voor eventuele aanvullende diensten, evenals de geldende btw-tarieven en -bedragen, afzonderlijk gespecificeerd. Indien het btw-tarief wordt gewijzigd, wordt vanaf het moment dat het nieuwe btw-tarief van kracht is het huurtarief tot het einde van de contractduur overeenkomstig aangepast.

(2) Indien telematicadiensten zijn overeengekomen, worden er per huurvoertuig eenmalig kosten voor het voorbereiden van het huurvoertuig in rekening gebracht en apart berekend in overeenstemming met de prijslijst die van kracht was op het moment dat het huurcontract werd afgesloten.

(3) De verplichting tot het betalen van de huurprijs gaat uiterlijk in op de dag van afgifte en eindigt pas bij teruggave van het huurvoertuig inclusief de papieren en toebehoren die door de Verhuurder zijn verstrekt bij afgifte van het voertuig. De huurprijs moet vóór de derde dag van iedere maand vooruit worden betaald. In het geval van te late betaling heeft de Verhuurder het recht om vertragingsrente in rekening te brengen vanaf de vervaldag tot het moment van betaling, ter hoogte van 8 procentpunten boven het basistarief per jaar, tenzij de Huurder kan aantonen dat de schade voor de Verhuurder lager is uitgevallen.

(4) Indien er na het afsluiten van het huurcontract tussen de Huurder en de Verhuurder aanvullende belastingen, rechten of heffingen moeten worden betaald, heeft de Verhuurder het recht om deze in overeenstemming met leden 1 t/m 3 door te berekenen aan de Huurder. Dit geldt ook als de in lid 1 genoemde belastingen, rechten of heffingen na het afsluiten van het contract tussen de Verhuurder en de Huurder worden verhoogd (hierna: “de meerkosten”).

(5) De Verhuurder zal de meerkosten steeds doorberekenen in overeenstemming met de wettelijke bepalingen die de basis vormen voor de verhoging van de belastingen, rechten of heffingen. Indien een wettelijke bepaling voorschrijft dat de meerkosten niet mogen worden doorberekend aan de Huurder, vervalt het recht van de Verhuurder om de betreffende meerkosten door te berekenen. Daarnaast heeft de Verhuurder niet het recht om de meerkosten door te berekenen, als op het moment van het afsluiten van het contract tussen de Verhuurder en de Huurder al bekend was hoe hoog deze meerkosten na het afsluiten van het contract zouden zijn.

Art. 3 Waardevastheidsclausule
(1) De contractpartijen gaan ermee akkoord dat de huurprijs automatisch wordt aangepast, zonder dat hier een verdere aanleiding voor nodig is, en telkens vanaf de eerste dag van de volgende maand in verhouding tot 100% van de procentuele verhouding, indien de consumentenprijsindex van Nederland (basisjaar 2010 = 100), die iedere maand wordt gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS), ten opzichte van de stand aan het begin van de huurperiode meer dan 10,00% is gestegen of gedaald, indien niets anders is overeengekomen. Onafhankelijk van de gewijzigde index, kan de huurder pas een maand na ontvangst van een schriftelijke berekening van de Verhuurder een betalingsachterstand hebben.

(2) Verdere wijzigingen vinden plaats in overeenstemming met dezelfde voorwaarden, waarbij het uitgangspunt steeds de index op het moment van de laatste wijziging is.

(3) Indien de genoemde index van het CBS niet meer wordt gepubliceerd, wordt deze vervangen door een soortgelijke gepubliceerde prijsindex.

(4) Indien de voorgenoemde waardevastheidsclausule niet van kracht is, blijven andere bepalingen in dit contract wel van kracht. De contractpartijen blijven verplicht om direct een effectieve waardevastheidsclausule of prestatieclausule overeen te komen, die rechtsgeldig is en waarvan de economische gevolgen het dichtst bij de oorspronkelijke deal liggen.

Art. 4 Waarborgsom
Indien de Verhuurder en de Huurder het betalen van een waarborgsom zijn overeengekomen, geldt het volgende:

a) De Huurder betaalt uiterlijk twee weken voor afgifte, dan wel indien dit eerder is, ter beschikkingstelling van het huurvoertuig een waarborgsom ter hoogte van, tenzij in het huurcontract anders is overeengekomen, twee keer het huurtarief (basishuurprijs en kosten voor aanvullende diensten) inclusief btw. De Verhuurder mag de waarborgsom tijdens en na de huurperiode gebruiken voor het voldoen van vorderingen jegens de Huurder die voortvloeien uit het huurcontract. De Huurder is bij gebruik van de waarborgsom verplicht om deze direct weer aan te vullen tot het overeengekomen bedrag.

b) Indien de huurprijs tijdens de looptijd van het contract wordt gewijzigd, zijn de Huurder en Verhuurder verplicht om direct de hoogte van de waarborgsom dienovereenkomstig aan te passen.

c) De waarborgsom moet worden overgemaakt naar de rekening die door de Verhuurder is vastgelegd tijdens het afsluiten van het huurcontract. De Verhuurder is niet verplicht tot rentevergoeding. Een dergelijke rentevergoeding verhoogt de zekerheid en behoort na beëindiging van het huurcontract toe aan de Huurder.

d) De Huurder kan deze zekerheid ook bieden in de vorm van een onherroepelijke, onvoorwaardelijke absolute bankgarantie, conform het door Verhuurder voorgeschreven model. Een deugdelijke bankgarantie kan alleen worden verleend door een in Nederland geautoriseerde kredietverstrekker.

e) De Verhuurder heeft het recht om de afgifte van het huurvoertuig te weigeren als de Huurder de waarborgsom niet heeft voldaan. Niettegenstaande de geweigerde afgifte van het huurvoertuig, is de Huurder verplicht om de huurprijs te betalen vanaf het moment waarop de afgifte plaats had kunnen vinden als de waarborgsom was voldaan, onverminderd de rechten van Verhuurder op basis van artikel 17 van deze Voorwaarden (Opzegging) en zijn rechten op grond van de wet.

f) De Verhuurder is verplicht om de waarborgsom binnen zes maanden na de contractuele teruggave van het huurvoertuig en na verrekening van eventuele claims terug te geven. Indien van toepassing, zal er een gedeeltelijke teruggave plaatsvinden.

Art. 5 Looptijd
(1) De huurperiode is gebaseerd op de in het huurcontract overeengekomen looptijd. Indien de contractpartijen een verbindende beschikbaarheidsdatum zijn overeengekomen, is het begin van de looptijd de dag van beschikbaarstelling. In andere gevallen gaat de looptijd in op het moment dat het huurvoertuig wordt overgedragen aan de Huurder. Het huurcontract wordt beëindigd na afloop van de overeengekomen huurperiode. Indien de Huurder het gebruik van het voertuig na de overeengekomen looptijd voortzet, geldt dit niet als een verlenging van de huurovereenkomst.

(2) Indien de Huurder het huurvoertuig na beëindiging van de huurovereenkomst niet teruggeeft, kan de Verhuurder voor de periode waarin het voertuig niet wordt teruggegeven ter compensatie de overeengekomen huurprijs of een voor zulke gevallen vergelijkbare huurprijs aan Huurder in rekening brengen, onverminderd de overige rechten van Verhuurder op schadevergoeding.

(3) Indien de Huurder het voertuig niet ophaalt of vroegtijdig teruggeeft, heeft de Verhuurder het recht om naleving van het contract te eisen of na afloop van een redelijke termijn het contract geheel of gedeeltelijk te ontbinden en daarnaast een schadevergoeding te eisen, onverminderd de rechten van Verhuurder op grond van het bepaalde in artikel 17 (opzegging).

Art. 6 Afgifte van het huurvoertuig
(1) De Huurder is verplicht om het voertuig, direct nadat het beschikbaar wordt gesteld bij het depot, bij Verhuurder af te halen. Daarnaast is de Huurder verplicht om bij de afgifte van het huurvoertuig te controleren of het huurvoertuig schadevrij en schoon is en of alle toebehoren voorhanden zijn. De partijen stellen een overdrachtsprotocol op, dat door beide contractpartijen moet worden ondertekend. De Huurder moet eventuele gebreken aan het verhuurde direct na de constatering, schriftelijk melden aan de Verhuurder, tenzij deze gebreken al zijn vastgelegd in het overdrachtsprotocol.

(2) De afgifte van het huurvoertuig kan alleen geschieden na identificatie van de Huurder. Hiervoor dient een geldige identiteitskaart/geldig paspoort te worden overlegd. Daarnaast moet de Huurder in het bezit zijn van een in Nederland geldig rijbewijs voor het betreffende huurvoertuig. Indien de documenten niet c.q.niet langer geldig zijn, heeft de Verhuurder het recht om de afgifte van het huurvoertuig te weigeren en na een redelijke termijn het huurcontract te ontbinden, onverminderd zijn rechten op schadevergoeding. De Huurder heeft het recht om, na het overleggen van een volmacht, het huurvoertuig door een gevolmachtigde persoon te laten afhalen. In dit geval is het voorgenoemde overeenkomstig van toepassing.

(3) De Verhuurder draagt het huurvoertuig over aan de Huurder in een verkeersveilige en deugdelijke toestand. Indien er in het overdrachtsprotocol beschadigingen of gebreken zijn vastgelegd, is de Verhuurder alleen verplicht deze te repareren als hierdoor het gebruik en de veiligheid van het huurvoertuig negatief worden beïnvloed.

Art. 7 Teruggave van het huurvoertuig
(1) De Huurder moet het huurvoertuig inclusief alle behorende voertuigdocumenten en toebehoren, zoals vastgelegd in het overdrachtsprotocol, uiterlijk aan het einde van de overeengekomen looptijd teruggeven aan de Verhuurder op het depot of een afgesproken plaats. De Huurder is verplicht om het huurvoertuig tijdens de openingstijden van de Verhuurder terug te geven. De dag van overdracht en de dag van teruggave zijn volledige huurdagen.

(2) De Huurder moet het huurvoertuig in gereinigde toestand teruggeven. Het huurvoertuig moet worden ingeleverd in een staat die overeenkomt met de toestand waarin het voertuig verkeerde bij afgifte, waarbij rekening moet worden gehouden met de slijtage die door het in het contract omschreven gebruik is ontstaan. Indien het huurvoertuig niet in een deugdelijke staat wordt ingeleverd, kan de Verhuurder alle nodig stappen ondernemen om het voertuig weer in een deugdelijke staat te brengen, en de Huurder hiervoor kosten in rekening brengen. Verdere schadeclaims van de Verhuurder worden hierdoor niet aangetast.

(3) Bij teruggave wordt het huurvoertuig in het bijzijn van de Huurder door de Verhuurder gecontroleerd. Het resultaat van deze controle moet door de contractpartijen of door deze partijen gevolmachtigde personen schriftelijk worden vastgelegd en ondertekend. Indien de contractpartijen het niet eens kunnen worden over het opstellen van een onafhankelijke overdrachtsprotocol, kan het voertuig op verzoek van een van de partijen door een deskundige worden gecontroleerd. De deskundige stelt de gebreken en beschadigingen vast, alsmede de geraamde kosten voor reparaties en de tijd die hiervoor benodigd is, en legt alles vast in een rapport. Het rapport van de deskundige is voor beide partijen bindend. De deskundige bepaalt ook wie aansprakelijk is voor de kosten van het rapport.

Art. 8 Gebruik van het huurvoertuig
De navolgende bepalingen zijn voorgeschreven op straffe van volledige schadevergoeding door Huurder:

(1) De Huurder is verplicht om het huurvoertuig te beschermen tegen overbelasting, het goed te onderhouden en op de juiste manier te gebruiken, het te controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid (bandenspanning, remmen, deurslot etc.) en het alleen te laten gebruiken door vakkundige personen die in het bezit zijn van een geldig rijbewijs voor het betreffende huurvoertuig. In het bijzonder moet de huurder de voorgeschreven maximale belasting van de assen, de laadbelasting en het draagvermogen van de bodem in acht nemen. De Huurder garandeert alleen geschikte en toegelaten trekkers te gebruiken. Alle handelingen van derden zijn toe te rekenen aan de Huurder in overeenstemming met de wettelijke bepalingen.

(2) Service, onderhoud en reparatie van het huurvoertuig zijn na afgifte de verantwoordelijkheid van de Huurder en moeten door deze op eigen kosten worden uitgevoerd, tenzij in het huurcontract uitdrukkelijk iets anders is overeengekomen. Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden mogen uitsluitend nieuwe, originele onderdelen van de fabrikant, door de fabrikant goedgekeurde vervangende onderdelen van externe leveranciers en door de fabrikant aanbevolen smeermiddelen worden gebruikt.

(3) De Huurder is verplicht om het huurvoertuig in een deugdelijke, verkeersveilige staat te houden. De inspectie-, reparatie-, gebruiks- en onderhoudsinstructies van de fabrikant/leverancier moet hierbij nauwlettend worden opgevolgd. De Huurder moet dientengevolge ook de door de gebruikershandleiding aanbevolen keuringen en de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden op eigen initiatief en op eigen kosten laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer of een servicepartner van de fabrikant. De Huurder is daarnaast verplicht om de wettelijk voorgeschreven voertuigkeuringen te laten uitvoeren.

(4) Indien het huurvoertuig van de Huurder in beslag wordt genomen, moet de Huurder de Verhuurder direct, en uiterlijk binnen 24 uur, hiervan op de hoogte stellen. Daarnaast is de Huurder verplicht om derden over het eigendom van de Verhuurder te informeren.

(5) Wijzigingen, inclusief opschriften, aan een huurvoertuig, met uitzondering van noodzakelijke technisch-functionele apparatuur, mogen alleen na schriftelijke toestemming van de Verhuurder worden uitgevoerd. Ingebouwde vervangende onderdelen worden eigendom van de eigenaar van het verhuurde zonder dat Huurder recht heeft op enige vergoeding van de kosten. De Huurder heeft echter het recht om, behalve bij onderdelen die onderhevig zijn aan slijtage, op eigen kosten de oorspronkelijke staat van het huurvoertuig te herstellen.

(6) Het gebruik van het voertuig is beperkt tot het geografische Europa (inclusief het Europese deel van Rusland), tenzij de partijen schriftelijk anders zijn overeengekomen. De Huurder moet zich houden aan wettelijke bepalingen en andere relevante bepalingen van de landen waarin het voertuig wordt gebruikt.

(7) De Huurder verplicht zich geen materiaal te laden dat invloed kan hebben op het vervoer van andere goederen of dat het voertuig ongeschikt maakt voor het vervoer van andere goederen.

(8) De Huurder zal de Verhuurder vrijwaren voor alle aanspraken, kosten, vergoedingen en sancties, om welke juridische redenen dan ook, die voortvloeien uit het gebruik van het huurvoertuig. Indien Verhuurder desalniettemin mocht worden aangesproken, heeft Verhuurder voor het volledige door hem voldane bedrag aan (schade) vergoeding, inclusief rente en kosten, recht van regres op Huurder. Met het oog op een eventueel aanspraak jegens de eigenaar of bestuurder van de aan het huurvoertuig gekoppelde trekker (in geval van schade), is de Huurder tijdens de huur- en gebruiksperiode verplicht om het kenteken, de naam en het adres van de eigenaar en bestuurder, alsmede het tijdstip en de duur van het gebruik van de betreffende trekker schriftelijk vast te leggen. Alle gegevens moeten op verzoek worden voorgelegd aan de Verhuurder.

Art. 9 Recht op toegang, inspectie en individualisering van het gehuurde
(1) De Verhuurder heeft te allen tijde het recht om het huurvoertuig te bezichtigen of te laten bezichtigen door een vertegenwoordiger. De Verhuurder heeft het recht om het huurvoertuig te allen tijde, in voorafgaand overleg met de Huurder, zelf te inspecteren of te laten inspecteren door een vertegenwoordiger. De Huurder is verplicht om de Verhuurder op verzoek te informeren over de locatie van het voertuig of de locatie waar het voertuig wordt ingezet, en de Verhuurder met alle mogelijke middelen te ondersteunen, in het bijzonder bij het verlenen van toegang tot het voertuig.

(2) Door de afgifte van het voertuig aan de Huurder wordt het object niet geïndividualiseerd. De Verhuurder heeft het recht om het aan de Huurder verstrekte voertuig tijdens de looptijd van het contract te vervangen door een gelijkwaardig voertuig

Art. 10 Telematicadiensten
(1) De Verhuurder heeft een deel van de voertuigen uitgerust met telematicasystemen en stelt middels een afzonderlijke contractuele overeenkomst telematicadiensten ter beschikking aan de Huurder. De hiervoor benodigde telematicaboxen worden door de Verhuurder in de huurvoertuigen geïnstalleerd. Deze telematicaboxen mogen alleen voor de door de Verhuurder aangeboden telematicadiensten worden gebruikt. Dit geldt ook voor de door de Verhuurder beschikbaar gestelde simkaart. Ieder ander gebruik is uitdrukkelijk verboden, op straffe van volledige schadevergoeding.

(2) De Huurder is verplicht om zorgvuldig om te gaan met de telematicabox en geen technische wijzigingen, reparaties of andere handelingen uit te voeren die van invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de telematicabox. Ongeoorloofde toegang en gebruik door derden moeten door de Huurder worden voorkomen.

(3) Indien de telematicabox en/of simkaart door een ongeval, diefstal of een ander voorval beschadigd raakt of als de werking ervan hierdoor wordt beïnvloed, moet de Huurder de Verhuurder hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen. Ingrepen in de telematicabox zijn verboden, tenzij Verhuurder hiervoor voorafgaande schriftelijk toestemming heeft gegeven.

Art. 11 Risico en verzekering
(1) De Huurder draagt na afgifte van het huurvoertuig het materiële risico en het prijsrisico, in het bijzonder het risico van vernietiging, verlies, beschadiging, het onbruikbaar worden en de waardevermindering van het voertuig. De bovenstaande gebeurtenissen ontslaan de Huurder niet van naleving van de verplichtingen in het huurcontract, met name niet van de verplichting om de huur te betalen.

(2) De Huurder is verplicht om voor het huurvoertuig voor de looptijd van het contract op eigen kosten een allriskverzekering af te sluiten en deze gedurende de hele looptijd te handhaven. De allriskverzekering moet minstens de volgende risico's dekken: brand, diefstal, vandalisme, total loss, schade door externe factoren, verlies, alsmede risico's die voortvloeien uit het soort transport dat door de Huurder wordt uitgevoerd. Claims uit deze allriskverzekering worden reeds nu voor alsdan overgedragen aan de Verhuurder. De Verhuurder gaat hierbij akkoord met deze overdracht. De Huurder moet op genoegzame wijze aan de Verhuurder kunnen aantonen dat de allriskverzekering is afgesloten en eventuele premies zijn voldaan. Indien de Huurder deze verplichting niet nakomt of de huidige verzekering niet voldoende dekking biedt, zal de Verhuurder op kosten van de Huurder een geschikte verzekering afsluiten. Dit recht van de Verhuurder ontslaat de Huurder niet van de plicht om voor een adequate verzekering te zorgen.

(3) In het geval van schade is de Huurder verplicht om de Verhuurder direct schriftelijk op de hoogte te stellen van de omvang en de oorzaak van de schade en om in overleg met de Verhuurder alle uit voorgenoemde verzekeringscontracten af te leiden claims daadwerkelijk, eventueel ook middels een procedure, geldend te maken tegenover de verzekeraars. In het geval van diefstal of op een andere manier verliezen van het huurvoertuig, voertuigonderdelen of -toebehoren respectievelijk inbraak in het huurvoertuig, moet de Huurder direct aangifte doen bij de politie, en de Verhuurder aansluitend, en uiterlijk binnen 24 uur, op de hoogte stellen en het proces verbaal voorleggen. Bij ongevallen (behalve in het geval van geringe schade met verwachte reparatiekosten van minder dan € 500 netto) is de Huurder verplicht om de politie op de hoogte te stellen en een uitgebreid ongevallenrapport op te stellen met vermelding van de betrokken personen/voertuigen en eventuele getuigen. De Huurder moet alle maatregelen nemen die de opheldering van het schadegeval mogelijk maken en ertoe dienen om claims van derden af te weren en claims van de Verhuurder kracht bij te zetten.

(4) Eventuele schadeclaims van de huurder tegen derden draagt de Huurder nu al over aan de Verhuurder, voor zover deze ook gelden voor de Verhuurder ten opzichte van de Huurder. De Verhuurder gaat hierbij akkoord met deze overdracht.

(5) Diensten die voortvloeien uit bovenstaande verzekeringen aan de Verhuurder worden tot de door de Huurder te verlenen diensten gerekend.

(6) Schade aan het huurvoertuig moet na vrijgave door de Verhuurder professioneel en met gebruik van nieuwe, originele onderdelen worden gerepareerd door de Huurder. Indien de schade wordt gerepareerd door de Verhuurder, draagt de Huurder de kosten hiervoor.

Art. 12 Aansprakelijkheidsverzekering voor motorvoertuigen
De Verhuurder is verplicht om het huurvoertuig in overeenstemming met de wettelijke voorschriften middels een aansprakelijkheidsverzekering voor motorvoertuigen te verzekeren, tenzij in de huurovereenkomst iets anders is overeengekomen. De Huurder is verplicht om het huurvoertuig alleen in voertuigcombinaties te gebruiken die zijn verzekerd op grond van de verzekeringspolis.

Art.13 Belastingen, andere heffingen, toeslagen etc.
(1) De Verhuurder zal er zorg voor dragen dat de motorvoertuigenbelasting wordt voldaan, indien en voor zover dit is vereist op basis van de Wet op de Motorrijtuigenbelasting. De Huurder zorgt ervoor dat het voertuig uitsluitend wordt gebruikt met een trekker waarmee is voldaan aan de vereisten van de Wet op Motorrijtuigenbelasting.

(2) De Huurder is verplicht om alle toeslagen, premies, belastingen, afdrachten etc., die voortvloeien uit het gebruik of het bezit van het voertuig, tijdig te voldoen. Indien de Huurder zijn of haar medewerkingsplicht niet of niet tijdig nakomt, is deze verantwoordelijk voor eventueel daaruit voortvloeiende schade voor de Verhuurder en is de Huurder verplicht om de eventueel door de Verhuurder betaalde bedragen na het eerste schriftelijke verzoek terug te betalen.

Art. 14 Onderverhuur
(1) Onderverhuur van het huurvoertuig mag slechts met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder plaatsvinden. Dit geldt ook als het voertuig op een andere manier in bruikleen wordt gegeven. In het geval dat de Verhuurder onderverhuur of onbetaalde bruikleen goedkeurt, is de Huurder contractueel nog steeds volledig aansprakelijk tegenover de Verhuurder.

(2) De toestemming voor het in bruikleen geven kan om zwaarwegende redenen worden herroepen door de Verhuurder. Een zwaarwegende reden is in het bijzonder gelegen in de persoon van de derde.

(3) De Huurder moet de Verhuurder op de hoogte stellen van het in bruikleen geven van het huurvoertuig aan derden onder vermelding van de naam van de derde en het beoogde doel van de bruikleen. Daarnaast moet het onderverhuurcontract, met uitzondering van tarieven voor het onderverhuur, aan de Verhuurder worden voorgelegd.

(4) In het geval van onderverhuur, draagt de Huurder zijn vorderingen jegens de Onderhuurder en verdere vorderingen uit het onderverhuurcontract over aan de Verhuurder, inclusief het recht op zekerheid, voor de Verhuurder als waarborg voor huurvorderingen en andere vorderingen. De Verhuurder gaat hierbij akkoord met deze overdracht. De Huurder behoudt het recht om, tot het moment van herroeping door de Verhuurder, de achterstallige vorderingen uit het onderverhuurcontract te innen.

(5) De Huurder is aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit het gebruik van het verhuurde door een derde.

Art. 15 Aansprakelijkheid
(1) De Verhuurder is onbeperkt aansprakelijk:
- mocht er sprake zijn van opzet of grove nalatigheid;
- voor verlies van een leven, lichamelijk letsel of gezondheidsschade;
- volgens de bepalingen van de Duitse Wet Productaansprakelijkheid (Produkthaftungsgesetzes).

(2) In het geval van nalatig of onzorgvuldig verzuim van een plicht die onontbeerlijk is voor het voldoen aan het contractdoel (kardinale plicht), is de aansprakelijkheid van de Verhuurder beperkt tot de schade die op grond van de activiteit in kwestie is te voorzien en die typisch is voor deze activiteit.

(3) Indien de aansprakelijkheid van de Verhuurder in overeenstemming met paragraaf 2 is beperkt, geldt de volgende aanvullende aansprakelijkheidsbeperking:
a) De aansprakelijkheid van de Verhuurder is voor schadevergoeding als aanvulling op de dienst beperkt tot 5% en voor schadevergoeding in plaats van de dienst beperkt tot 15% van de waarde van de betreffende dienst.
b) De schadevergoeding en de vordering tot vergoeding van de kosten van de huurder, zijn in het geval dat het voor de Verhuurder onmogelijk is om de dienst te leveren, beperkt tot 10% van de waarde van de dienst.
(4) De uit paragraaf 2 en 3 voortvloeiende aansprakelijkheidsbeperkingen gelden niet indien de Verhuurder een gebrek moedwillig heeft verzwegen of een garantie voor de kwaliteit van de goederen heeft overgenomen.
(5) Verdere aansprakelijkheid van de Verhuurder bestaat niet.
(6) De bovenstaande aansprakelijkheidsbeperking is ook van toepassing op de persoonlijke aansprakelijkheid van medewerkers, vertegenwoordigers en andere organen van de Verhuurder.
(7) Met betrekking tot de aansprakelijkheid op het gebied van telematicadienstverlening geldt daarnaast het volgende:
a) De Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de beïnvloeding van de telematicadiensten door atmosferische of geografische omstandigheden of door hindernissen (bruggen, tunnels, gebouwen etc.). Datzelfde geldt voor factoren waar de Verhuurder geen invloed op heeft, in het bijzonder internetstoringen of overbelasting van het netwerk van de mobiele provider/roamingprovider.

Indien de telematicadiensten als gevolg van software-updates, onderhouds- en/of reparatiewerkzaamheden tijdelijk niet volledig beschikbaar zijn, is de Verhuurder alleen aansprakelijk in het geval dat de Verhuurder de Huurder niet tijdig op de hoogte heeft gesteld van de geplande werkzaamheden.

Art. 16 Betalingsvoorwaarden, verrekening, uitstel van betaling
(1) De huurder is verplicht om de Verhuurder te machtigen tot automatische incasso. In het geval van een terugboeking moet de Huurder een extra vergoeding van €25,00 betalen. De Huurder wordt pas van de betalingsverplichting gevrijwaard op het moment dat het bedrag op de rekening van de Verhuurder is bijgeschreven. Onafhankelijk hiervan heeft de Huurder het recht om aan te tonen dat de Verhuurder geen schade of aanzienlijk minder schade heeft geleden.

(2) De Huurder kan tegenover de vorderingen van de Verhuurder in dit contract slechts een tegenvordering inbrengen, of zijn of haar recht op verlaging of retentie uitoefenen, indien zijn of haar vordering onomstreden en rechtsgeldig is. Een andere voorwaarde voor het uitoefenen van deze rechten is dat de Huurder geen achterstand heeft op de betalingen die zijn vastgelegd in de huurovereenkomst. Het recht van de Huurder om een klacht in te dienen wegens te veel betaalde huur blijft onaangetast. In ieder geval moet de Huurder de Verhuurder minstens een maand voor de vervaldag van de verschuldigde huur, die moet worden verrekend of inhouden, schriftelijk op de hoogte stellen.

(3) De Verhuurder heeft, om zijn of haar belangen veilig te stellen, het recht om het huurvoertuig ondanks de bestaande huurovereenkomst, zowel bij gevaar voor het huurvoertuig als bij het bestaan van een gerechtvaardigde reden voor opzegging met onmiddelijke ingang, op kosten van de huurder onmiddellijk weer in bezit te nemen. De hierdoor ontstane kosten zijn voor rekening van de Huurder.

Art. 17 Opzegging
(1) Indien de partijen een looptijd zijn overeengekomen, eindigt de huurovereenkomst na het verstrijken van de overeengekomen looptijd. Tijdens de contractueel overeengekomen looptijd kan de huurovereenkomst niet zomaar worden opgezegd, tenzij in deze AV anders is bepaald.

(2) Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de partijen het recht op opzegging met onmiddellijke ingang van het huurcontract bij een zwaarwegende reden. Een zwaarwegende reden is steeds gegeven als vanwege een onrechtmatige daad/ wanprestatie van de ene partij de voorzetting van het huurcontract door de opzeggende partij niet langer kan worden gevergd. De navolgende gevallen leveren een zwaarwegende reden op voor Verhuurder:

a) Indien de Huurder het huurvoertuig onrechtmatig gebruikt of laat gebruiken.

b) Indien de Huurder de huur te laat voldoet, en na een aanmaning waarin een redelijke termijn wordt gesteld, de achterstand niet alsnog inhaalt. Dit recht op opzegging sluit niet uit dat de Verhuurder gebruikmaakt van zijn rechten in overeenstemming met Art. 16 paragraaf 3 van deze AVV.

c) Indien de Huurder andere belangrijke contractuele verplichtingen uit dit contract, in het bijzonder de verzekeringsplicht in overeenstemming met Art. 11 lid 2 van deze AV, ondanks aanmaning niet binnen een redelijke termijn nakomt.

d) Indien de Huurder failliet wordt verklaard dan wel faillissement wordt aangevraagd of een (buiten) gerechtelijke schuldsaneringsregeling is aangegaan, de financiële situatie van de Huurder zodanig is verslechterd dat daardoor de betaling van de huur in gevaar komt of als er andere beschermingsmaatregelen tegen de Huurder in gang zijn gezet.

(3) In geval van vernietiging, verlies, total loss of aanzienlijke schade aan het huurvoertuig, die niet aan Huurder toerekenbaar is, hebben beide partijen het recht om de huurovereenkomst met onmiddelijke ingang op te zeggen.

(4) Indien de partijen geen looptijd zijn overeengekomen, kan de huurovereenkomst bij een looptijd tot drie maanden met inachtneming van een opzegtermijn van vijf werkdagen worden opgezegd. Bij een looptijd tot zes maanden kan de huurovereenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van een maand worden opgezegd. Bij een looptijd tot twaalf maanden kan de huurovereenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden worden opgezegd. Bij een looptijd van meer dan twaalf maanden kan de huurovereenkomst met inachtneming van drie maanden worden opgezegd.

(5) De Huurovereenkomst kan alleen schriftelijk worden opgezegd.

(6) Als de opzegging voortvloeit uit een handeling die de Huurder is aan te rekenen, is de Huurder verplicht tot het betalen van een schadevergoeding. Dat geldt ook voor een beëindiging van deze overeenkomst in overeenstemming met Art.17 lid 2 d. Indien de Verhuurder geen grotere schade of de Huurder geen kleinere schade kan aantonen, is de schadevergoeding gelijk aan het huurbedrag dat nog had moeten worden voldaan gedurende de resterende looptijd als het contract niet zou zijn opgezegd.

Art. 18 Bescherming van persoonsgegevens

(1) De verhuurder verzamelt, verwerkt en gebruikt de persoonsgegevens van de huurder in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens.

(2) De persoonlijke gegevens kunnen worden overgedragen aan de bevoegde instanties indien dit voor de bescherming van de belangen van de Verhuurder of het vaststellen van strafbare feiten noodzakelijk is en er geen reden is om aan te nemen dat de Huurder een in rechte te respecteren belang heeft bij het tegenhouden van de overdracht.

(3) De Verhuurder heeft een deel van de huurvoertuigen van telematicasystemen voorzien. De Verhuurder heeft het recht om in uitzonderlijke gevallen, ter bescherming van de eigen belangen, de telematicagegevens van het voertuig zo lang en in zoverre te verzamelen, op te slaan, te wijzigen of te verzenden als dit noodzakelijk is voor de bescherming van deze belangen. Er is sprake van een belang als er aan de voorwaarden wordt voldaan op grond waarvan de Verhuurder in overeenstemming met Art. 17 (2) mag overgaan tot opzegging met onmiddelijke ingang of als het huurvoertuig is verloren of gestolen.

(4) De Huurder heeft in overeenstemming met de wettelijke bepalingen (bijvoorbeeld conform de Wet bescherming persoonsgegevens) het recht om informatie op te vragen over de opgeslagen persoonlijke gegevens, het doel van de opslag en de oorsprong van de gegevens. Daarnaast heeft de Huurder in overeenstemming met de wettelijke bepaling recht op correctie, blokkering of verwijdering van de persoonlijke gegevens. Een aanvraag of verzoek van de Huurder tot correctie, blokkering of verwijdering van de persoonlijke gegevens is mogelijk middels de in het huurcontract genoemde contactgegevens of middels ieder plaats waar deze gegevens in overeenstemming met deze bepaling zijn opgeslagen.

Art. 19 Slotbepalingen
(1) Tenzij dwingendrechtelijk anders voorgeschreven danwel Verhuurder er voor kiest het geschil aan de Rechtbank van de woonplaats/vestigingsplaats van Huurder voor te leggen, is de Rechtbank te Rotterdam bij uitsluiting bevoegd van geschillen tussen Huurder en Verhuurder kennis te nemen.

(2) De verhoudingen tussen de Verhuurder en de Huurder zijn uitsluitend onderhevig aan het Nederlandse recht.

(3) Indien en voor zover op enige bepaling in deze algemene voorwaarden geen beroep kan worden gedaan, dan komt aan die bepaling qua inhoud en strekking een zoveel mogelijk overeenkomstige betekenis toe, zodat daarop wel een beroep kan worden gedaan.

© 2015 KRONE FLEET Nederland BV · Bunschotenweg 10 · NL-3089 KC Rotterdam · Telefoon +31 (0) 10 4290588 · Fax +10 (0) 10 4950852 ·  Algemene Voorwaarden ·  Impressie ·  Privacyverklaring